Zondag 29 december, de laatste zondag van het jaar, het feest van de Heilige Familie en de laatste dienst van Pastoor Jan Braspenning. De dienst in de Sint-Remigiuskerk in Baarle-Hertog stond in het teken van het gezin en de familie. De pastoor riep op tot liefde, begrip en aanvaarding. Want relaties heb je niet alleen in het gezin, maar ook in je werk en in de gemeenschap. Het leek een dienst zoals alle diensten waarin Pastoor Jan Braspenning ons voorging.
Door: Claudi Olieslagers
Aan het eind van de dienst had Pastoor Jan Braspenning een kort woordje voor de aanwezigen, en dat waren er toch een kleine 150. Pastoor Braspenning vertelde dat hij het geluk had gehad om alle sacramenten die hij ooit ontving, te ontvangen in de Sint-Remigiuskerk. Van kleins af aan ging hij graag naar de mis, 'met ons An'. Dankzij de zusters vond hij zijn roeping en wilde hij al vanaf zijn tiende pastoor worden. Hij speelde als kind ook vaak 'kerkje' met zijn zus, waarbij zij dan een pepermuntje kreeg uitgereikt.
Pastoor Braspenning blikte kort terug op zijn leven. Hij was broeder, verpleegkundige en vroedman in Kameroen. Toen hij terugkwam, studeerde hij voor priester, werd gewijd en keerde terug naar Kameroen. “De schoonste tijd van mijn leven,” zei hij.
Uiteindelijk kwam hij weer terug naar België en ging werken in drie ziekenhuizen in Antwerpen. Zijn eerste dag was tijdens de brand in het Switel-hotel in Antwerpen. Hij moest direct aan de slag om mensen bij te staan tijdens deze grote ramp. Later hielp hij de pastoor van Poppel en werkte hij in Turnhout. Zo kwam hij uiteindelijk weer in Baarle-Hertog terecht. Nog nooit eerder was een pastoor in zijn eigen gemeente benoemd, maar Pastoor Braspenning werd naar Baarle-Hertog gestuurd. “Want om ook met ‘Hollanders’ te werken, was niet voor iedere pastoor weggelegd; die waren veel te volmondig,” zegt hij met een glimlach.
Inmiddels is het 21 jaar geleden dat hij pastoor werd in Baarle-Hertog. Aanvankelijk werd hij slecht ontvangen. Hierover zegt hij: “Je moet vergeven en niet te veel terugkijken.”
Het ambt van pastoor is tegenwoordig niet eenvoudig. Eerst was er corona, en daarna de affaires met kinderen. Hierover zegt Pastoor Braspenning stellig: “Dat is niet de kerk die dat gedaan heeft. Je moet de priesters aanpakken die fout zijn, niet de kerk.” Hij voegt eraan toe: “Overal zul je zulke mensen tegenkomen.”
Pater Emmanuel wordt nu verantwoordelijk voor de diensten in de Sint-Remigiuskerk. Hij zal deze leiden op de tweede en vierde zondag van de maand om 9.30 uur. De overige diensten “mag ik voorgaan,” of Maria Schellekens, aldus de pastoor.
Pastoor Braspenning bedankte het kerkbestuur en het gemeentebestuur. “Zelfs de burgemeester is er, waarvoor dank,” zei hij. Voorlopig blijft hij wonen waar hij nu woont, 'antikraak'. “Want de school zou ook al 10 jaar geleden afgebroken zijn,” grapte hij. “Als pastoor ga ik met pensioen, als priester blijf ik tot de dood toe. Is dat niet schoon?” Dit leverde hem een applaus op.
Als laatste bood Pastoor Jan Braspenning zijn excuses aan aan de mensen die hij tekort heeft gedaan. “Want ook een pastoor kan niet alles goed doen,” zei hij.
Daarna nam Fonne Gulickx van het kerkbestuur het woord. Hij bedankte Pastoor Jan voor alles wat hij voor de parochie heeft gedaan. Pater Jan kan nog altijd gevraagd worden, en als zijn gezondheid het toelaat, zal hij nog uitvaarten en huwelijksvieringen blijven voorgaan. Dit geldt ook voor Maria Schellekens, de pastorale medewerkster.
Fonne overhandigde een cadeautje aan de pastoor en voor Maria een goed gevuld mandje met lekkernijen. Pastoor Jan Braspenning mag namens het kerkbestuur een nieuwe laptop uitkiezen.
Daarna sloot de pastoor de dienst af met een slotgebed en een uitnodiging om achter in de kerk samen nog wat te drinken. Dit leverde hem een applaus op, gevolgd door een enthousiast 'Lang zal hij leven!'.
Na de dienst stond Pater Jan zijn parochianen nog te woord. Hij vertelde blij te zijn dat hij voortaan wat minder 'moet'. Hij hoopt nog eens naar Kameroen te gaan, een vriend te bezoeken die in Parijs pastoor is, en komend jaar weer mee te gaan naar Lourdes. “Uiteraard zal ik ook nog wel een dienst doen, maar het moet niet meer,” verzuchtte hij. Waarop hij toevoegt dat hij komende week een dienst zal doen voor een overleden pastoor die ook een vriend van hem was. “Zolang ik gezond blijf, kan ik nog veel!”
