Staartmeesjes lijken op pluizige bolletjes waar een lange staart aangeplakt is. Deze kleine maar zeer beweeglijke mezensoort leeft altijd in groep. Die groep is rusteloos en beweegt zich snel van de ene struik naar de andere. De vogel heeft zijn naam niet gestolen: er is meer staart dan vogel!
Eigenlijk is de staartmees geen echte mees en ook niet de kleinste mezensoort. Dat is de zwarte mees. Enkel het goudhaantje is bij ons nog kleiner en heeft daarmee de titel van kleinste vogel van Europa.
In deze winterperiode hebben deze mezen het bijzonder lastig om warm te blijven. De hele dag zoeken ze insecten en wormen op takjes in de bomen of eten ze diverse zaadjes. ’s Nachts kruipen ze wel eens in groepen samen met de staartjes naar de buitenkant. Zo blijven hun lijfjes beter warm. Maar die koude drijft ze wel onze tuinen in waar je ze vooral op mezenbollen kan zien.
Staartmezen zijn heel herkenbaar aan hun bolvormige lijf met piepklein zwart snaveltje en de zwarte zijkruinstreep op de witte kop. Ze maken hoge, korte, scherp tjirpende geluiden. Het zijn zeer sociale dieren, de groep gaat altijd voor op het individu. Als zo’n meesje bijvoorbeeld gevangen wordt om te ringen, zal de groep blijven wachten tot die weer aansluit. Staartmezen vormen koppeltjes voor langere tijd, maar binnen de groep wordt duchtig geruild van partner. Ouders, maar ook nazaten of nestloze koppels helpen elkaar bij het grootbrengen van de jongen. Hoog in de bomen bouwen ze een koepelvormig nest met zijingang dat aan de binnenkant volledig bedekt is met mos, spinrag, berkenbast en kleine veertjes.
Om ze in je tuin te krijgen, heb je veel struiken plus wat hogere loofbomen nodig. Hang mezenbollen op (nooit in een plastic netje want daar kunnen ze in verstrikt raken met de dood tot gevolg) en al snel duiken groepjes op in je winterse tuin. En zie je exemplaren met een volledig wit kopje, dan heb je te maken met bezoekers uit het hoge Noorden!
Fons Adams
