Het woordje ’grens’ moet in de dertiende eeuw uit het Pools of Russisch overgewaaid zijn naar onze streken. In beide talen heet grens ’granica’. Een oud begrip dus; maar met ring steeds een actuele betekenis.
Voor ons in het Belgische noorden heeft de grens wel een bijzonder pittige betekenis. Bij ons scheiden en onderscheiden België en Nederland zich van elkaar. Dat betekent in de praktijk twee soorten Nederlands, twee soorten cultuur, twee soorten economie, twee soorten volksaard, twee soorten…, in één woord: de grens begrenst nogal wat, bakent af, werkt soms nog stuitend. Hier is het België (Vlaanderen), daar is het Nederland. Niets meer, niets minder
België een veelbesproken landje, door sommigen onder ons verguisd om nog niet gerealiseerde dromen, door anderen geprezen om zijn niet met bloed afgedwongen staatsmodel. België ooit door de buren minachtend uitgeroepen tot ’dat stukje lamentabele weg tussen Nederland en Frankrijk’, nu door velen geprezen om zijn gastvrijheid, ongedwongen levensstijl en gebrek aan alles reglementerende wetten en verordeningen. België, een pietluttig klein landje neergepoot tussen twee mastodonten en twee andere kleine broertjes. België het gevolg van strijdvaardigheid en onafhankelijkheidszin en sinds bijna 200 jaar voorzien van onnatuurlijke grenzen en met binnenin even stringente taakafbakeningen en dito gordels. In dat land leven wij, rustig weggedoken in de rechtse bochel die als een wig in het groene Brabant gedrukt zit. Dat stukje Vlaanderen, Kempenland waar je nog ongedwongen je fantasie de vrije teugel kunt laten. En boven ons, in het noorden, ligt de grens, onverbrekelijk verbonden met ons verleden en dat van onze voorouders.
Er is een tijd geweest waarin de grens nog echt een grens was. Sinds wij onze Europese schoonmoeder almaar in macht zien groeien en akkoorden als Schengen op onze ontbijttafel voorschotelt, is de grens schijnbaar een steeds vager begrip geworden. Ze was er in de veelheid van betekenissen die een grens kan hebben. Die grens heeft voor ons zoveel betekend; een eindeloze stroom smokkelverhalen en een hele rits van grensgeschillen en -afbakeningen sieren het verleden van onze ouders en voorouders.
Je komt van Goirle half ingedommeld van het zweven over glad beton als over een biljartlaken. Plots schiet je wakker, want hier begint België, dat voel je aan de weg. Het gaat wat hotsebotsend verder richting Poppel. In de vlucht merk je dat je niet alleen België binnenrijdt want op een paar scheefgezakte borden lees je, dat je ook nog eens in Vlaanderen komt, in de provincie Antwerpen, in Poppel en in de gemeente Ravels. Dit is samen wel een mond vol. Maar er staat niet bij dat je in het Kempenland van vele zaligheden verzeild geraakt. En toch is het zo. Kijk maar naar de kleur van de nummerborden op de auto’s die te Poppel langs de straten en rond de kiosk lui en gemakkelijk in rustpositie staan. Je waant je wel in Nederland, als je door Poppel rijdt. De gezapig aanschuivende rijen auto’s bij benzinestations doen denken aan de rantsoenering van de oorlogsjaren. De drankenzaken kunnen bogen op een massale export zonder er zelf een voet voor te hoeven verzetten. De reuzige villa’s, de chique woonwijken, ze floreren als nooit tevoren. De Nederlanders, bekend om hun bewuste keuze voor alles wat het leven aan geneugten te bieden heeft, alles wat leuk is en lekker zit, zij zakken af naar onze zalige dorpen. Zij prijzen zich gelukkig dat de grens toch nog bestaat.
De grens heeft dus nog een betekenis. Op de landkaarten staat ze deugdelijk getrokken. Niet met strakke lijnen, want ze is grillig die grens. Ze wringt zich langs paden en paadjes, langs riviertjes, akkers en beemden, een weg van Arendonk tot Baarle-Hertog over onze dorpen heen. Naar de andere kant reizen dagelijks grensarbeiders om hun boterham. Het grensverkeer tiert hier welig. Weliswaar zijn de grensbewakers uit de circulatie genomen en zijn de grenskantoren grotelijks opgeruimd, de grenspalen echter staan nog fiks overeind. Grenscontrole behoort tot het rijk van de sprookjes, maar de grensafbakeningen blijven bestaan.