“We verkopen dus bouwmaterialen,” zegt Robert Klijn van Jac Klijn Bouwmaterialen. “Maar soms belt Chris of-ie de vrachtwagen mag lenen om hooi te halen.” Chris lacht. “Ja, dat begon allemaal met die vier schapen, die hobby is een beetje uit de hand gelopen.”

Door Ilonka Bokma

Zijn ouders hadden een boerderij in Kaatsheuvel. “Gemengd bedrijf, dus van alles wat.” Maar Chris wilde geen boer worden. Zijn oudere broer nam het bedrijf over en Chris ging aan de slag bij de zuivelfabriek in Tilburg. “Daar maakte ik de vlaflip, de boter, de kaas, yoghurt… Alleen was je daar heel de dag binnen en als het een beetje weer is wil ik naar buiten.” Dat was het dus ook niet helemaal. “Ik wilde iets met meer vrijheid, dus ik ben mijn groot-rijbewijs gaan halen.” In het plaatselijke blaadje ziet hij een advertentie van een bouwmaterialenbedrijf. “Ik was net twintig, reed al wel op de trekker, maar verder natuurlijk geen ervaring.“ Ze wilden hem graag hebben. “Of ik te vertrouwen was, daar ging het om.”

Chris samen met zijn baas Robert Klijn die hij al als zesjarig jochie al meenam op ritjes. (foto: Robert Poutsma Fotografie)

Chris samen met zijn baas Robert Klijn die hij al als zesjarig jochie al meenam op ritjes. (foto: Robert Poutsma Fotografie)

Vroeger was alles anders

“Ik was nog maar een klein menneke toen Chris bij ons kwam werken”, zegt Robert. “Mijn vader en mijn oom runden het bedrijf dat mijn opa had opgericht.” Die opa reed in 1934 met zijn paard en wagen naar de Kamer van Koophandel om zich in te schrijven als kolenboer. “Later verkocht-ie petroleum en werd het uitgebreid met bakstenen, kalkspecie en dakpannen. Hij heette Jacobus Klijn, maar dat paste niet op de vrachtwagens. Dus het werd Jac Klijn, en dat is het nog steeds.”

Chris vertelt: “Toen ik erbij kwam, zaten we nog in de Hoofdstraat. Er waren evenveel chauffeurs als wagens, een stuk of vijf Bedfords. Laden en lossen deden we met de hand. Ging je eerst zeshonderd zakken van vijftig kilo inladen en moest je ze daarna weer uit de wagen halen.” Robert mocht soms meerijden. “Zakken cement tillen kon ik nog niet, want ik was nog maar zes.” “Maar bakstenen kon je al wel”, zegt Chris. Robert knikt. “Op de lokatie stapelde je die dan in torentjes. Leuk werk.”

Er was veel anders in die tijd. “Je had nog zo’n hele stapel kaarten en stratenboekjes in de wagen liggen”, herinnert Chris zich. “En we hadden een pieperke, moest je onderweg stoppen om een telefooncel te zoeken. En de klanten rekenden vroeger contant af, kreeg je een tientje fooi.” Robert: "Ja, de chauffeurs kwamen een paar keer per dag een dikke portemonnee legen.”

Heeft hij er in die zesenveertig jaar nou nooit over gedacht om iets anders te gaan doen? “Ik heb het hier altijd naar de zin gehad. Het heeft me nooit getrokken om ’s nachts om drie uur uit bed te moeten en een week van huis te zijn. En als er thuis iets was deden ze nooit moeilijk. Als de spullen maar bezorgd werden, was het goed.”

Chris met zijn boldercollie Cas. (foto: Freek Groot)

Chris met zijn boldercollie Cas. (foto: Freek Groot)

Schapendrijven

En hoe zit het nou met die schapen? “Toen we hier kwamen wonen heb ik er vier gekocht en zocht ik een hond. Mijn zus zei dat je dan een bordercollie moest nemen. Daar ben ik me in gaan verdiepen en toen was het hek van de dam. Op een gegeven moment had ik vijf bordercollies en driehonderd schapen en ben ik wedstrijden schapendrijven gaan doen.” Erik Groot, die in 2003 net als Chris meedeed aan het EK, weet het nog goed ”Chris was nog een groentje, maar samen met zijn hond was hij de enige Nederlander die in de finale kwam.” Chris: “Toen we kinderen kregen heb ik het op een lager pitje gezet.” Maar hij zit nog steeds in de subtop en afgelopen weekend zat hij voor een wedstrijd in de jury. En hij doet elke dag een ‘verzettertje' met zijn honden Scott en Max. “Gaan we samen de kudde verplaatsen.”

Pensioen

Op 12 februari gaat Chris met pensioen. Wat gaat hij straks doen met al die vrije tijd? Aan Tina, zijn bloeike, heeft hij beloofd om de buitenboel aan te pakken. Op dinsdag past hij op z’n kleinzoon. En hij wandelt graag. De Bossche 100 heeft hij dit jaar alweer gelopen.

En wat gaat hij missen? “Met de collega’s kan ik nog steeds appen, maar de klanten ga ik wel missen”, zegt Chris. “En het rijden natuurlijk.” Gelukkig mag hij van Robert dan nog steeds de vrachtwagen lenen om boodschappen te doen voor zijn schapen.