REGIO TURNHOUT - De Turnhoutse Museumraad heeft in een open brief aan Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez fel gereageerd op de aangekondigde besparingen op de Vlaamse cultuurmiddelen. De musea van Turnhout zouden vanaf volgend jaar 30 procent van hun Vlaamse werkingsmiddelen verliezen. Volgens de Museumraad komt die ingreep bijzonder hard aan, zeker omdat de Turnhoutse musea pas recent werden erkend als bovenlokale musea en volop bezig zijn met de uitvoering van nieuwe meerjarenplannen.
Voorzitter Paul De Jongh en ondervoorzitter Filip Cremers van Museumraad Turnhout wijzen in de open brief aan Caroline Gennez op de grote evolutie die de Vlaamse museumsector de voorbije decennia heeft doorgemaakt. Sinds het Museumdecreet van 1996 werden volgens de raad belangrijke stappen gezet op het vlak van professionalisering, erkenning en ondersteuning. Erfgoedcellen, museuminspecteurs, de museumpas en het topstukkendecreet zorgden mee voor een stevigere basis voor de sector. “Je kan onmogelijk loochenen dat de wereld van de Vlaamse musea er de jongste decennia enorm op vooruit is gegaan.”
Ongelijke behandeling
Toch blijft volgens de Turnhoutse Museumraad een fundamenteel probleem bestaan: de ongelijke behandeling van grote en kleinere musea. “De grote musea en de grote steden worden beter bediend dan de kleine en lokale initiatieven. Ondanks alle andersluidende verklaringen dragen de gemeenten erg grote lasten en wordt hun autonomie en financiële draagkracht eerder verzwakt dan versterkt”, aldus De Jongh en Cremers. “Bovendien verloopt het Vlaamse subsidiërings- en erkenningsbeleid inzake musea niet in een rechte lijn. Periodes van groei wisselen af met besparingsrondes. Elke minister van cultuur legt eigen accenten, die niet per se stroken met vroeger beleid of de verzuchtingen van de sector.”
Onzekerheid
Volgens de raad maakt dat het voor musea bijzonder moeilijk om op lange termijn te plannen en te investeren. Die onzekerheid wordt volgens de brief nu nog groter. De aangekondigde besparing van 30 procent zou volgens de Museumraad niet alleen fors zijn, maar ook bijzonder snel worden ingevoerd. “De Turnhoutse musea die sinds kort - en volkomen terecht - in de hogere categorie van bovenlokale musea spelen, moeten hun kruissnelheid al bijna meteen in achteruit zetten. Hou de adem maar weer in, vergeet je noden en berg je ambities op...”, schrijft Museumraad Turnhout. “De bruuske wijze waarop de besparingen worden gedicteerd en de forse ingreep van liefst 30 % van de Vlaamse toelage, gaat bovendien binnen enkele maanden al in. Dat legt een onverantwoorde en weinig faire druk op het team van de musea en op de Stad Turnhout. De besparing wordt doorgedrukt en hoop op een betere toekomst is niet in zicht.”
Slechte timing
De timing van de besparing is volgens de Museumraad extra moeilijk te begrijpen. De Vlaamse overheid heeft musea de voorbije jaren immers aangemoedigd om naast hun klassieke taken sterker in te zetten op onder meer educatie, inclusie en beleving. “Via de museale meerjarenplannen werd hiervoor bijkomende Vlaamse subsidiëring voorzien en de Turnhoutse musea rolden hun plannen uit”, besluiten De Jongh en Cremers. “De plannen zijn nog niet droog en de maatschappelijke noden blijven groot. Maar de middelen worden weggenomen. Hier wordt de maatschappij niet beter van. Niet in Turnhout, niet in Vlaanderen. Kosten komen nu éénmaal altijd voor de baten.”
