Inwoners van Ravels zijn over het algemeen tevreden over de communicatie en dienstverlening van hun gemeente. Dat blijkt uit een enquête die werd uitgevoerd in samenwerking met Thomas More Hogeschool.
De enquête werd eind vorig jaar uitgevoerd. Onderzoekers van de Thomas More Hogeschool gebruikten voor dit onderzoek een vragenlijst die al in meer dan 30 gemeenten en steden voor dit onderzoek werd gebruikt. “In totaal 2.000 inwoners - een representatieve steekproef van de Ravelse bevolking - kregen een papieren enquête in de bus. Daarnaast deed de gemeente een open oproep naar alle inwoners om een digitale versie in te vullen”, klinkt het. “Er werden 702 enquêtes ingevuld, waarvan een derde op papier en twee derde digitaal. Volgens de onderzoekers lag de respons vrij hoog voor een relatief kleine gemeente als Ravels.”
Door de hoge respons, heeft het onderzoek een goed beeld van de tevredenheid van de inwoners. De gemeente Ravels krijgt van haar inwoners een goed tot zeer goed rapport. “Burgers waarderen onze balies en dienstverlening zeer, met hoge scores voor vriendelijkheid en efficiëntie”, klinkt het. “We scoren ook goed in de manier waarop we omgaan met meldingen en klachten, met een waardering van 7,3/10 voor meldingen via de website. Onze gemeentelijke communicatie scoort boven het gemiddelde, met hoge waarderingen voor kanalen zoals onze website en sociale media.”
Uit de bevraging bleek wel dat er op sommige vlakken nog ruimte is voor verbetering. Over het algemeen vindt men in Ravels dat er te weinig informatie te vinden is over subsidies, premies en wegenwerken. “Een aantal inwoners verwacht ook meer uitleg bij beslissingen van het bestuur. Er moet meer gecommuniceerd worden over ondernemen in Ravels. En op vlak van vrije tijd mag er meer informatie komen over toeristische bezienswaardigheden, verenigingen en erfgoed”, besluit het gemeentebestuur. “We blijven ons inzetten voor een warm en vriendelijk onthaal, een goede mix van digitale en traditionele communicatiekanalen, en het betrekken van onze inwoners bij inspraakprocessen.” (VNJ)
